Pieterpad etappe 8 (wandeling 11)

dondersteen | Dagelijkse dingen,Pieterpad | zondag, 2 november, 2014

pieterpadHet had echt te lang geduurd. Veel te lang zelfs. We waren blijven hangen in Dalerveen. En daar kennen ze het begrip ‘openbaar vervoer’ niet. Dat bleek een enorm struikelblok want het was teveel gedoe om er te komen.
Natuurlijk waren er mensen die ons aanboden dat ze ons er wel naar toe wilden rijden maar je beslist op korte termijn om te gaan en om dan nog iemand te vragen, dat deden we dus niet en dus bleef het er bij. Totdat een collega zei ‘maar waarom ga je dan niet met de trein naar Dalen?’

Een trein naar Dalen? Bestond dat? We hadden er nooit bij stilgestaan dat er in Dalen een station zou zijn. Maar dat is er dus wel. Hoera, we waren uit het slop getrokken.

Op een extreem mooie novemberdag met 20 graden op de teller gingen we dan eindelijk weer op Pieterpad. En wat was het een mooie etappe. Van Dalen naar Coevorden, van Coevorden naar Gramsbergen. Onderweg troffen we weer een boer dit zichzelf overtroffen heeft: een luw hoekje met een picknickbank en een koelkast met inhoud. Wat is het toch fijn dat er mensen zijn die dat doen. Daar wordt ik iedere keer zó blij van! En we gingen eindelijk weer een grens over: van Drenthe naar Overijssel. En we zagen het meteen; andere boerderijen, andere landerijen. Heel bijzonder.

En ook De Haandrik, waar de Vecht het kanaal Almelo – De Haandrik kruist was een toppunt van deze route. Bijzondere plek: een kanaal, een rivier, een sluis, een waterkrachtcentrale en een spoorlijn. En wij.

Na 17.5 kilometer kwamen we aan in Gramsbergen waar we bij het station weer in de auto stapten. Moe maar zeer voldaan. En blij dat we weer op pad zijn.

Foto’s tot nu toe: Pieterburen – Gramsbergen

Niels

dondersteen | Dagelijkse dingen,Reizen | woensdag, 23 juli, 2014

P1090382_1024x768 Lang, heel lang geleden, ging ik op ‘werkweek’ naar de Ardennen. Waarbij het werk bestond uit lopen, lopen, lopen. We liepen, met een rugzak op, van de ene jeugdherberg naar de andere. We waren niet getraind, niet voorbereid ook, we gingen gewoon. Met de hele klas en een aantal zeer dappere leraren.

Na een aantal dagen waren we er al achter dat je in de Ardennen soms moet klimmen en dalen. En dat een wandelstok wel handig zou zijn. Dus zochten we allemaal een geschikte stok in het bos en ‘s avonds, in de jeugdherberg, haalden we er met een mesje de bast af zodat hij mooi glad werd. Eén van mijn klasgenoten noemde haar stok ‘Niels’. En sindsdien is een dergelijke wandelstok in mijn hoofd ‘een Niels’.

In Zell am Ziller is een winkeltje waar ze ‘Nielsen’ verkopen. Niks niet zoeken en daarna met groot geduld de bast verwijderen. Gewoon € 8,50 betalen en je hebt een stok naar je hart. Voor een euro extra kon je er ook nog een mooi plaatje bij kopen en voor nog eens een dubbeltje extra kreeg je er ook nog twee piepkleine spijkertjes bij om het plaatje vast te zetten. ‘Zal ik hem er meteen op vast zetten?’ vroeg de aardige mevrouw van het winkeltje. ‘Graag!’ zeiden wij in koor wat Peter heeft van alles bij zich maar geen hamer.

P1090388_1024x768 Even later begonnen we aan onze allereerste wandeltocht in het Zillertal. De Holtzweg. Een prachtige tocht waarbij we ons niet helemaal aan de route hielden. ‘We zijn van de route af geraakt,’ zei ik toen ik op de gps keek. ‘Geeft toch niks,’ zei Peter, ‘we komen altijd weer ergens terecht’. En dat was ook zo maar niet nadat onze Niels volledig was ingezet. Het binnendoor-pad dat we per ongeluk hadden genomen was zó stijl, daar waren we nooit naar boven gekomen zonder dat extra steuntje. Echt handig, zo’n leuning precies op de plek waar je hem nodig hebt.
P1090404pano

Na een zware klautertocht (de binnendoor-route heette, zo zagen we later op de kaart, ‘kletterweg’) kwamen we aan bij Gästhaus Das Alte Schulhaus. Met een uitzicht om te zoenen en een kan water, een pot koffie en bergkost in de vorm van brood, bergkäse und schinken. Gebracht door een ober die me wel heel erg deed denken aan mijn vader. Met een grote Oostenrijkse gordel om zijn grote Oostenrijkse buik.

‘Sie habben die sonne mitgebracht’, zei de ober.
‘Het kostte ons veel energie,’ zei ik, ‘maar heel graag gedaan’.

(tip: klik op de foto’s voor een groter exemplaar)

Baviàààànen!

dondersteen | Dagelijkse dingen,Dierentuin | zondag, 27 april, 2014

20140428-001024.jpg Vanmiddag liep ik vanaf de colobusapen richting olifanten. Links van mij, op de Savanne, liepen de waterbokken, giraffen en gnoes. Tegenover me kwam een jongetje aangelopen.

Hij liep in een zeer stevige pas naar de rand van de Savanne, ging daar staan met zijn benen een beetje wijd en zijn bovenlijf een beetje voorover gebogen. Hij zette kracht, veel kracht. Zijn beide handen kwamen in zijn zij. ‘Die gaat schreeuwen’, dacht ik, ‘maar waarom? En naar wie?’

Het jongetje keek naar de waterbokken, giraffen en gnoes en trok zijn mond open. Zo hard hij kon, echt zo hàrd hij kon riep hij:
‘Baviaaaaaaaaaaaanen! Dik-ke LUL!!’

Ik schoot in de lach. Het zag er zo koddig uit, dat kleine mannetje maar dat taalgebruik, dat kon natuurlijk niet! Ik greep dus in.

‘Zeg jongeman!’ zei ik quasi boos, ‘wat hoor ik daar nou?’
Het jongetje sloeg zijn hand voor zijn mond en kleurde.
‘Want weet je,’ ging ik grijnzend verder, ‘als je iemand uit wilt schelden dan moet je dat wel goed doen… Dat zijn toch helemaal geen bavianen!’

Giebel.

‘Het zijn giraffen, waterbokken en gnoes. Blauwe gnoes om precies te zijn. Dus wil je ze niet meer bavianen noemen?’

Giebel.

‘En de rest, ach, dat snap je volgens mij zelf wel, daar hoef ik het niet over te hebben maar de bavianen? Die zijn achter je.’

Grijnzend liep ik verder, het jongetje giebelde nog even door en zijn vriendje liet me vervolgens nog harder lachen door vervolgens, ook heel hard, te roepen: ‘Hee, kijk nou! Vogels met spaghetti op hun kop!’

(Kroonkraanvogels)

Gastles

dondersteen | Dagelijkse dingen,Dierentuin | donderdag, 3 april, 2014

20140403-220610.jpg Daar zat ik dan, in een leeg klaslokaal te wachten op groep 4 en 5 van een basisschool in het zuiden van Drenthe. Het was de eerste keer dat ik voor een klas zou staan dus een beetje spannend was het wel.

Nadat de bel was gegaan denderden de leerlingen de klas binnen. 28 stuks, volle bak. Toen ik vroeg waar ik het interactieve bord moest bedienen werd Teun naar voren gehaald. Hij had de hele week al zò zijn best gedaan, hij mocht mijn assistent zijn. Als ik ‘klik!’ zei dan klikte Teun op het toetsenbord en verscheen er een nieuw plaatje op het scherm.

Een uur lang vertelde ik tot mijn mond er droog van was. Ze waren enthousiast en zeer leergierig deze leerlingen. Iedere keer als ik wat vroeg schoten de armen de lucht in. Op het eind, de tijd was eigenlijk al om, deed ik nog een vragenrondje. Een jongetje vroeg waarom ik bij de dierentuin was gaan werken, een ander jongetje vroeg waarom stropers dieren doodschieten en een meisje vroeg of ik wist hoe lang haar ouders al getrouwd waren…

Aan het eind vroeg de juf aan een aantal kinderen wat ze van me geleerd hadden. ‘Dat olifanten wel 70 kilo per dag poepen!’ riep een kind. ‘En dat haaien heel veel rijen tanden hebben,’ zei een ander. ‘Dat olifanten een tepel bij hun voorpoten hebben’ zei een meisje. Ze hadden duidelijk goed opgelet.

Toen we klaar waren mochten de kinderen even buiten spelen zodat wij op konden ruimen. Een aantal kinderen kwam langs om een hand te geven. Eèn jongetje schudde mijn hand en zei: ‘ik vond het een hele mooie spreekbeurt mevrouw’.

En toen kreeg ik ook nog een tien met een griffel van de juf.

20140403-224037.jpg

Grijs en grijnzend…

dondersteen | Dagelijkse dingen | vrijdag, 28 februari, 2014

20140228-203940.jpgMijn moeder is 77 en heeft, al een aantal jaar, een elektrische fiets. Maar ze reed er al een hele poos niet meer op, ze durfde niet meer zo goed. Begin van de week belde ze me: of ik haar fiets wilde hebben want ze had de knoop doorgehakt, zij stapte niet meer op die fiets. Nooit meer.

Ik wilde wel! Ik had de fiets, toen ze hem aanschafte, van de winkel naar haar huis gereden. Ik vlòòg destijds van Assen naar Norg. Zoefffff…. all the way de wind mee. Je moet nog wel trappen maar het gaat bijna als vanzelf. Ik was dus erg blij met het aanbod. Vanaf nu heb ik altijd wind mee. Bijkomend nadeel: ik ben nu officieel een oude muts. Nou, het zij zo.

Maar… nou had ik wel een elektrische fiets maar mijn wederhelft, die dertien jaar ouder is dan ik, moest nog steeds tegen de wind in trappen. Op eigen kracht. Om met Calimero te spreken: ‘da’s niet eerlijk!’

Dus kochten we gistermiddag ook voor Peter een elektrische fiets. Een mooie tweedehandse Batavus. De fietsenwinkel gaf een hele goede inruilprijs voor onze twee oude fietsen. En na wat onderhandelen, waarbij ik een bod deed dat eindigde op € 7,95, ha-ha-ha, werden we het eens. Vandaag kon de fiets gehaald worden.

Vanaf nu vliegen we op onze oude-mutsen-fietsen samen alle jongelui voorbij. Grijs èn grijnzend. 😉

« VorigeVolgende »