Onthechten

dondersteen | Dagelijkse dingen | maandag, 23 januari, 2012

  ‘Zie je er tegenop?’ vroeg ik.
Ze knikte. ‘Een beetje wel ja…’
‘Nou,’ zei ik, ‘mijn moeder zei vroeger altijd tegen mij als ik ergens tegenop zag, dat het dan achteraf meestal meeviel.’
‘Hielp dat?’ vroeg ze.
‘Niet echt,’ zei ik, ‘maar ik dacht, ik zeg het toch maar even.’

Even later zaten we bij de assistente van de huisarts in de behandelkamer.
‘Wat kan ik voor u doen?’ vroeg ze.
Mijn moeder stak haar hand vooruit.
‘Oei,’ zei de assistente, ‘dat ziet er wel heftig uit.’
‘En nu moeten die hechtingen er weer uit ook,’ zei mijn moeder een beetje pips.

Vorige week was ze gevallen. Zomaar. Zoals wij dat kunnen. Dat is een genetisch iets, dat vallen. Al is er maar een randje van een halve centimeter dat boven het trottoir uitsteekt, nou reken maar dat wij hem dan weten te vinden. Wij struikelen, vallen, blijven soms nét staan, lopen tegen tafels aan en botsen op stoelleuningen. Laat dat maar aan ons over, wij zijn daar goed in.

Mijn moeder viel en kwam dit keer naar terecht op haar hand. Ze heeft van dat hele dunne oude vel en dat scheurde zo van haar pink af. Ze belde mijn zus. ‘Ik denk dat je even met me naar het ziekenhuis moet’, en dat was ook zo. In het ziekenhuis naaiden ze de boel zo goed mogelijk aan elkaar met wel 6 hechtingen en allerlei plakspul. Wat best een prestatie is in een pink vind ik, zes hechtingen. En vandaag moesten ze er weer uit…

De assistente pakte het hechtsetje en begon.
‘Zal ik je hand vasthouden?’ vroeg ik. Want vroeger, toen ik jong was, deed ze dat. ‘Knijp maar in mijn hand,’ zei ze dan, ‘dan delen we de pijn’.
En dus pakte ze mijn hand. En kneep. Heel zachtjes. En daarna liet ze ook weer los. Want mijn moeder is ook wel een beetje een bikkel.

 

IJs en ijskoud…

dondersteen | Dagelijkse dingen | zondag, 22 januari, 2012

  Terwijl manlief in Barcelona geniet van 16 graden en zon, zon, zon (…) moet ik het hier doen met regen, wind en kou. Maar toch was het me nog niet koud genoeg. We blijven maar hangen in de herfst en een beetje wintergevoel is toch ook wel lekker.

En dus gingen zus, zwager, Mam en ik vandaag naar de ijsbeeldententoonstelling in Zwolle. Een tentoonstelling waarbij je vooraf deze waarschuwing krijgt:

“Het is aan te raden om warme kleding en schoeisel te dragen. Vooral vingers, tenen, neus en oren krijgen als eerste last van de kou.”

Ik deed daarom maar een trui aan en een fleescevest en een sjaal en een jas en handschoenen. Het mag een wonder heten dat ik überhaupt nog foto’s kón maken, ik was net een Michelin-mannetje.


Eenmaal in de ijshal bleek dat de waarschuwingen niet onterecht waren geweest. Want het was er koud. Echt klappertandend koud. En druk was het er ook. Daar hadden we niet meer op gerekend want de tentoonstelling is bijna afgelopen. Het lijkt er op dat veel mensen – net als wij trouwens – hebben gewacht tot het eind van de tentoonstelling.

Eenmaal binnen viel de drukte toch nog wel mee. We schuifelden in een lange rij door de kou langs de prachtige beelden en vielen van de ene verbazing in de andere. Als je handen toch zoiets kunnen maken, van ijs!, hoe gaaf moet dat voelen zeg…

Meer foto’s op Flickr.

Terug naar vroeger

dondersteen | Dagelijkse dingen | vrijdag, 20 januari, 2012

Vroeger, als in veertig jaar geleden, woonde ik in een mooi Drents dorp. Gasselte was een dorp van niks, qua omvang, maar tegelijkertijd een dorp van enorme betekenis als je het hebt over ‘een fijne jeugd’. Ik hield en houd er van. Ook al woon ik er al jaren niet meer.

Henny woont er wel en haar had ik vanochtend aan de telefoon. ‘Kan ik vanmiddag een hond van je leasen?’ vroeg ik. En dat kon. Natuurlijk kon dat. En zo liep ik vanmiddag, met labrador Hera, de hei op. Een vrouw met een hele oude jachthond liep gelijk met me op. We waren, binnen twintig stappen, met elkaar in gesprek. Over haar heup, die niet goed meer was, en over haar oude hond, die ook zo snel niet meer ging. Babbeldebabbel.

‘Zeg!,’ zei ze opeens, ‘maar… dat is toch de hond van Henny?’
In een dorp kent iedereen iedereen en hondenbezitters kennen elkaar dan nog weer een slag beter.
‘Ja, dat klop,’ zei ik, ‘die heb ik gestolen. Omdat ze zo mooi is.’
Daar geloofde ze helemaal niets van dus legde ik uit dat ik altijd in Gasselte gewoond had en dat ik Henny’s Hera geleased had om te wandelen.
‘Oh, waar ben je dan een van?’ vroeg ze.
‘Van Knelis Brongers,’ zei ik.
‘Nou ja, we hebben het vorige week nog over hem gehad!,’ zei ze.
‘In positieve zin mag ik hopen?’
‘Uiteraard, alleen maar in positieve zin.’

Nadat we ook nog even ‘oes Mam’ hadden besproken. ‘Waar woont ze en hoe is het met haar?’ sloeg de vrouw even later  met de oude jachthond linksaf, richting mijn oude kleuterschool, ik ging rechtdoor met Hera. We hadden het tempo er stevig in.

Na een kilometer of 5 waren we terug bij Henny waar de koffie klaar stond. We kletsten bij en daarna ging ik terug naar Assen. Maar niet voordat ik bij de dorpswinkel even naar binnen wipte om handzeep te halen. Want dat was op.

Ik zocht en vond de zeep en liep naar de kassa.
Achter me klonk een stem. ‘Roely?’
Ik draaide me om en begon meteen te glimlachen.
‘Nou ja zeg, dat ik jou nou hier tref,’ zei ik en even later stonden we tegen de diepvries geleund bij te praten.
‘Hoe is het?’ vroeg ze.
‘Nou,’ zei ik, ‘het is wel eens beter geweest maar… ook wel eens slechter.’
‘Ja, dat hoorde ik al,’ zei ze.
Ik keek verbaasd. Ik woon niet meer in het dorp. Al lang niet meer. En toch horen ze nog hoe het met mij gaat?
Ze begon te lachen. ‘Ik had je Mam vanmorgen aan de telefoon’.
Zo gingen dingen. En zo gaan ze nog steeds.

Na een half uur ging ik toch nog richting kassa. Toen ik stond te wachten op die ene klant voor me hoorde ik haar stem vanuit het gangpad.
‘Dat is Roely!’ zei ze tegen iemand.
Ik draaide me om. De vrouw die naast haar stond had iets bekends maar er kwam bij mij niet direct een naam naar boven. Bij de vrouw ook niet.
‘Roely, van Knelis Brongers!’ kreeg ze te horen.
‘Och, ja, nou zie ik het.’
‘Maar ik zie het nog steeds niet,’ zei ik.

‘Aaf,’ zei de vrouw, ‘Aaf Kosters’.
‘TANTE Aaf!’ zei ik verheugd.
En tante Aaf straalde. De vrouw van de hoofdmeester van de lagere school van Gasselte werd, als ze mee ging op schoolreisje, altijd tante Aaf genoemd. Door alle kinderen van de lagere school. En ook dat was, veertig jaar later, nog steeds niet veranderd…

 

Henny: dank voor het leasen van Hera. Het was heel erg lekker én gezellig.
Mam: de hartelijke groeten van Hennie Geerts
Zus: nee, ik weet niet hoe de vrouw met de jachthond heet.

Pieterpad

dondersteen | Dagelijkse dingen,Pieterpad | zaterdag, 14 januari, 2012

‘U gaat denk ik naar Pieterburen?’ vroeg de buschauffeur toen we Winsum uit reden in het piepkleine busje. We waren met z’n vieren; Peter en ik en nog een echtpaar met wandelschoenen aan. Het busje zat daarmee overigens al halfvol. Maar we hadden, op onze schoenen na, niets bij ons wat er op wees waar we naar toe gingen. We keken dus een beetje verbaasd. ‘Ja, weet u,’ lachte de chauffeur, ‘ik ken iedereen die op deze lijn opstapt bij naam en als ik ze niet ken? Nou, dan gaan ze over het algemeen naar Pieterburen’.

Wij hadden gisteren besloten dat het, in het kader van mijn herstel, goed zou zijn om nog meer te lopen. Want daar voel ik me goed bij. Mijn benen lopen mijn hoofd leeg en mijn lijf moe. Nou kennen we de wandelroutes rondom thuis wel zo’n beetje dus het leek ons leuk eens een nieuwe uitdaging aan te gaan. En dat werd: het Pieterpad. ‘Als we nou gewoon eens beginnen met de eerste etappe en dan zien we wel,’ besloten we. En dus gingen we vanochtend met de auto naar het prachtige Groningse land. En als u daar nog nooit geweest bent? Ach, u bent de enige niet maar jammer is het wel. Neem dat nou maar van mij aan.

Toen we in het busje waren gestapt had de chauffeur al gezegd: ‘Als u nu alleen even uw OV-chipkaart laat zien? Ja? Goed hoor, ik zie het, loop maar door’. Het mini-busje had namelijk geen bliepapparaat. En dan lossen ze dat in Groningen zo op. En dus werden we gratis vervoerd van Winsum naar Pieterburen. Waarna we, ook gratis trouwens, 13 kilometer terugliepen naar Winsum.

Als je niet goed in je vel zit, zoals bij mij de laatste tijd het geval is, kun je nergens beter zijn dan daar ‘woar rust en roemte’ is. Ede Staal zat weer veel in mijn hoofd vandaag. Vooral ook met de zin ‘het laand was sjompe’ want wat wás het land nat. Totaal verzadigde Groninger klei met hier en daar een verdwaalde aardappel.

In Eenrum stopten we. Volgens het Pieterpad-boekje is er in Eenrum niets. Nou ja, in ieder geval geen mogelijkheid om een kop koffie te kopen. Nou, dat hebben ze mooi fout want Eenrum heeft…

Café Zaal Bulthuis. We deden de deur open en stapten zó terug in de tijd. De tijd van mijn jeugd. De tijd van d’ Olde Hof in Gasselte en de gymnastiekuitvoeringen die daar gehouden werden. De geur van d’ Olde Hof hing in Café Zaal Bulthuis. Ik snoof diep. Jeugdherinneringen, lekker. Het biljart, zo leerden we, was oud. Zó oud dat er bij de naam van de leverancier, de firma Bierling uit Groningen, een telefoonnummer vermeld staat van slechts drie cijfers. En hij wordt bij Bulthuis nog steeds gebruikt. Al was het vandaag om als grote tafel te dienen in verband met het stamppotbuffet van hedenavond.

De uitbater ‘wol bést eem met oes proat’n’. Nee, hij had geen pinautomaat want er waren al twee pinautomaten in Eenrum en als hij er ook een zou nemen dan trok de Rabobank zich terug uit het dorp. Dus als ‘wie gain geld genocht hadd’n dan moss’n we mor eem’n noar de baank. Dat was joa moar zestig meter wieder’. Dat bleek niet nodig te zijn. Niet alleen de tijd maar ook de inflatie had stilgestaan in Eenrum. Toen we allebei een heerlijk broodje kroket hadden genuttigd met een warme chocomelk mét slagroom moesten we het gigantische bedrag van € 9,00 afrekenen. In totaal ja. Daar hoefden we niet voor naar de Rabobank.

We liepen Eenrum uit en kwamen door het prachtige Mensingeweer. Daar heb ik een verhaal over. Niet uit eerste hand maar wél waargebeurd. Een vriend van Peter woonde in Mensingeweer. En die vriend stuurde, ergens in de jaren zestig, een kaartje naar zijn ouders met als adressering alleen de naam van zijn ouders en bij de plaatsnaam vulde hij in: ‘Man in gun’. Hebt u hem? Mens-in-geweer? Man-in-gun? De PTT, want zo heette dat toen nog, had ‘em ook want het kaartje kwam over. En zeg dan nog eens dat het vroeger niet beter was….

Langs Maarhuizen, dat mooi op een Groninger Wierde ligt, ging het verder. In de verte zagen we een bui over het land trekken. Overal om ons heen was rust en ruimte. Een groot leeg, winters landschap. Af en toe kwamen we andere wandelaars tegen, of werden we door ze ingehaald. Even groeten. ‘Moi’. ‘Moi hor’. Ik hou er van.

Over het sompige Hoge Laand liepen we onze hoofden leeg tot aan Winsum. Daar kronkelde het Pieterpad ons nog helemaal door het dorp. Een leuke bonus want ik kende Winsum eigenlijk alleen maar van het langsrijden onderweg naar Lauwersmeer. Het blijkt een heel charmant dorp te zijn, met water, winkels, aardige mensen en… onze auto. Die ons terugbracht naar Assen.

Alwaar ik op de bank ging liggen en voor het eerst in weken echt diep sliep.

Route:

Herstellen

dondersteen | Dagelijkse dingen | maandag, 9 januari, 2012

‘Zeg,’ vroeg zus toen we vrijdag op de boot naar Texel zaten, ‘heb jij er eigenlijk wel zin in?’
‘Nou… nee… maar dat komt nog wel denk ik.’
Zo is het dus als je niet lekker in je vel zit. Zelfs geen zin om naar zee te gaan. Eenmaal aan zee deed de zee wat ze al die keren daarvoor al dee… Dat kun je haar wel toevertrouwen.  Maar ja, als je dan eenmaal terug bent van zee dan blijken de problemen er gewoon allemaal nog te zijn. Vervelende rotkrengen.

Het was dus uiteindelijk wel een lekker weekend maar ‘mezelf’ ben ik nog lang niet. Gelukkig hebben we de foto’s nog….

Volgende »